Jeanne-Marie Hament - Stafarts Jeugdgezondheidszorg

‘We hebben net een kindje begraven’, antwoordt ze ineens.

Jeanne-Marie Hament - Stafarts Jeugdgezondheidszorg
Jeanne-Marie Hament is sinds 2018 werkzaam bij Santé Partners als stafarts Jeugdgezondheidszorg. Ze werkt al ruim 15 jaar als jeugdarts op diverse plekken, zoals consultatiebureaus, scholen en op een asielzoekerscentrum. Ze is moeder van twee kinderen. Naast haar werk schrijft en schildert ze graag.

Zwarte kwetsbaarheid

De jonge vrouw glimlacht minzaam. Haar blouse heeft een hoog boordje van kantwerk en de rok reikt tot de grond. Haar kleding is zwart. De naar achteren gebonden haren laten haar gezonde blos en jeugdige schoonheid naar voren komen. Frans Hals zou haar zo geportretteerd kunnen hebben, zonder de witte molensteenkraag die zijn opdrachtgevers destijds droegen. Op haar schoot zit een kind met blonde krullen en een heldere oogopslag. Hij zit veilig tegen zijn moeder aangedrukt. Haar handen rusten op zijn rug. De weigering van de vaccinaties, aangevinkt in het dossier op het beeldscherm voor mij, hebben geen toelichting of dialoog nodig. Denk ik.

Ze heeft haar vier jongere kinderen ook niet gevaccineerd. Nog voordat ik ze wil uitspreken, vermoed ik dat de woorden vuilgemaakt en verspeeld in de lucht zullen blijven hangen. Dus ik zeg niets over vaccineren. Het consult dreigt zich te gaan beperken tot een routinematig nakijken van de ogen, luisteren van de harttonen en nagaan van zijn groei en ontwikkeling.

Terwijl ik haar zoon benader om zijn oogbewegingen na te kijken met een lampje volgens de zogenaamde VOV-methode, draait hij zich wat eenkennig van mij af. Berustend in deze gezonde eenkennigheid, die past bij de leeftijd van de dreumes, aai ik hem over zijn bol. ‘Wat een rijkdom, zeg, vijf van die prachtige, gezonde kinderen’, zeg ik tegen de moeder.

‘We hebben net een kindje begraven’, antwoordt ze ineens. ‘Het moest nog geboren worden. Ik was er heel verdrietig over, maar nu rustig. Het was beter zo. Het had niet kunnen leven. We praten er nog veel over met elkaar.’ Ze glimlacht. ‘En de kinderen zijn ook zo gezeglijk. Op de boerderij hebben we veel ruimte voor ze. Deze kan niet wachten tot hij achter de anderen aan kan rennen.’ Ze gebaart naar haar zoon op schoot. Ons gesprek keert weer terug naar het heden. Het valt me op hoe liefdevol het grote gezin de draad weer heeft opgepakt. En hoe passend haar zwarte kleding eigenlijk is. Als eerbetoon aan het gegeven leven, wat ze zo snel heeft moeten loslaten.

Het klinkt gek, maar ik leer vooral van de gesprekken die ik niet voer. Die ik misloop. Mensen en kinderen die afscheid nemen terwijl ik vanbinnen voel dat er nog iets onbesproken is gebleven. Iets wat er werkelijk toe deed. De grootste valkuil daarvoor is stereotyperen. In ons vak hebben we veel hokjes bedacht. Strenggelovig, allochtoon, hoog- en laagopgeleid, verstandelijk beperkt, sociaal zwak en alleenstaand: stuk voor stuk dooddoeners. In zo’n hokje sluiten we onszelf op. Want in werkelijkheid gaat ons werk vooral om contact maken. Alles is te bespreken met iedereen als er maar wederzijds respect is.

Vaccineren was vast en zeker wel opnieuw bespreekbaar geweest. Of het prioriteit was, is de vraag. Maar met haar zwarte kwetsbaarheid heeft ze in ieder geval de deur van het hokje waarin ik vastzat, weer opengebroken. Gelukkig zien we elkaar snel weer.

Geen vacature missen?

Stel je eigen vacaturemelding in en ontvang per e-mail nieuwe vacatures die voor jou interessant zijn, of stuur ons een open sollicitatie.